Dieptepsychologie & Analytische Therapie

Een dieptepsycholoog en analytisch therapeut bestudeert en werkt met onbewuste processen.

De Jungiaanse psychologie, of ook wel analytische psychologie genoemd, is een van de stromingen binnen de dieptepsychologie.
Naast  psychoanalytische elementen (Freud) is de basis van de Analytische therapie vooral gelegen in de analytische psychologie van Carl Jung en het werk van Harry Rump MEd.

Hieronder een korte uitleg over de hoofdlijnen van de analytische psychologie van Carl Jung.  Voor meer informatie over de Analytische therapie verwijs ik naar de website van de JVATN, de Jungiaanse Vereniging van Analytisch Therapeuten en het Jungiaans Instituut.

De analytische psychologie van Carl Jung

Carl Gustav Jung was een psychiater uit Zwitserland die aan het begin van de 20e eeuw een grote rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van de moderne psychologie. Jung’s idee over de psyche is de basis van mijn werk als Analytisch Therapeut en Dieptepsycholoog.

Individuatie: worden wie je bent
Jung, als leerling van Freud, ging uit van een bewust en een onbewust deel van de psyche. Hij was ervan overtuigd dat wij het bewuste overwaarderen ten opzichte van het onbewuste wat volgens hem een veel grotere invloed heeft op wie wij zijn en wat bij doen, dan aanvankelijk werd aangenomen. Complexen waren volgens hem de aansturende elementen in de psyche die ons op allerlei manieren beïnvloeden. Wanneer onbewuste delen van de psyche bewust worden gemaakt ontstaat er een nieuw en gezonder evenwicht in de ziel en word je wie je in wezen bent. Dit proces noemde Jung: individuatie.

Carl-Jung

Het collectief onbewuste en archetypes
Hij ontdekte dat er in het onbewuste ook een deel is wat wij als mensheid lijken te delen. Hij noemde dit het collectieve onbewuste: een soort enorme bibliotheek aan menselijke ervaringen die wij de afgelopen miljoenen jaren hebben opgebouwd. In dit collectieve onbewuste liggen allerlei menselijke verschijningsvormen klaar. Dit zijn archetypes. Een archetype kun je zien als een format. Het heeft een aantal kenmerken, dat het archetype herkenbaar maken, maar krijgt pas vorm via de persoonlijke invulling van de mens. Wij hebben bijvoorbeeld allemaal een moeder. Moeder is een archetype maar hoe die moeder ervaren wordt en hoe zij eruit ziet is voor iedereen verschillend. Een archetype krijgt dus lading en inhoud via ons. En zo wordt ons onbewuste bevolkt door een enorm aantal formats, die geactiveerd worden wanneer wijzelf in ons bewuste leven geen ruimte kunnen geven aan dat aspect van ons mens-zijn. (1)

Jung onderscheidde in het onbewuste nog een aantal ‘delen’ zoals de schaduw, animus en anima en zag in dromen het collectieve en persoonlijke onbewuste van zijn cliënten in beelden verschijnen.

20jung.3-2400

Jung maakte zelf ook een intense periode van zelfonderzoek mee. Na zijn breuk met Freud raakte hij in een crisis waarbij hij frequente ontmoetingen met het onbewuste had in de vorm van visioenen en met behulp van een techniek die hij ontdekte bij de alchemisten: de actieve imaginatie. Zijn ‘afdalingen’ in het onbewuste bevatten overeenkomsten met psychotische episodes. Jung’s ego bleef echter overeind en hierdoor kon hij het hele proces nauwgezet vast leggen in een aantal boeken wat uiteindelijk resulteerde in het Rode Boek.

putrefactiosolutio

De nalatenschap van Jung is rijk aan onderzoek naar de beelden en symbolen van de mensheid en vooral in de alchemie. Woorden als introvert en extravert zijn van hem afkomstig en zijn persoonlijkheidsleer vormt de basis van de bekende MBTI-indicator.

1. Uit mijn scriptie: ‘Houden van Blauwbaard.’ 2014, p.13

Advertenties